Plakkerige draden

Als ik ’s ochtends naar mijn werk loop voel ik allerlei gekriebel in mijn gezicht en armen, alsof er overal lange haren tegen mij aan komen en plakken blijven. Dit is een typisch verschijnsel van deze tijd van het jaar. Het zijn namelijk de spindraden, ook wel herfstdraden genoemd, van spinnen die ze laten zweven in de wind. Heeft de spin geluk dan kleeft deze spindraad aan de overzijde aan een tak of een stam. De spin voelt dit vastkleven aan de spanning die op de draad komt te staan. En de basis van een nieuw web is gemaakt.lrg_dsc00358

De vrouwelijke exemplaren van de kruisspinnen vallen in deze periode op, omdat ze een enorm dik achterlijf hebben. Na de paring worden in het lichaam de eicellen bevrucht en de eitjes ontwikkelen in het lijf waardoor het dikker wordt. In de herfst worden de eitjes in een cocon gebracht en afgezet op verborgen plekken tussen de planten. De cocon ziet eruit als een pluk watten met in het midden de gelige eitjes. In het begin bewaakt de moederspin nog de cocon om het later aan zijn lot over te laten. De eieren overwinteren; in de lente komen de jonge spinnetjes tevoorschijn, ze hebben een kenmerkende gele lichaamskleur.

Als de spinnetjes net op de wereld zijn kruipen ze dicht tegen elkaar in een bolletje. Bij verstoring van zo’n bolletje lopen de spinnetjes hard weg en zie je ze overal heen krioelen. Maar is de rust weder gekeerd dan kruipen ze weer mooi dicht tegen elkaar. Eenmaal ouder zoeken ze de hogere delen van een bijvoorbeeld een plant op.  Daar maken ze een draad en laten die zweven in de wind. Is de draad lang genoeg dan laten ze de plant los en hangen dan aan de draad en worden zo meegevoerd door de wind, als een vlieger. Op deze manier verspreiden veel soorten spinnen zich. Kruisspinnen zijn daar een mooi voorbeeld van. Dus niet alleen in deze periode voel je spindraden, maar de kans is ook aanwezig in het voorjaar.

Op Engelsmanplaat staat nu ‘De Kalkman’

Staatsbosbeheer heeft deze zomer de 35-jaar oude iconische vogelwachtershut op palen op de Engelsmanplaat vervangen door een nieuwe wadwachtpost van accoya-hout. Zaterdag 10 september werd voor deze mijlpaal van het project Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen een klein feestje op de plaat gevierd. De directeur van Vogelbescherming Nederland, Fred Wouters, onthulde hierbij de klinkende Friese naam voor de post: ‘De Kalkman’.

In voorjaar en zomer waken vrijwillige vogelwachters van Staatsbosbeheer over de Engelsmanplaat, een onbewoonde zandplaat in de Waddenzee tussen Ameland en Schiermonnikoog. Ze telden vanuit het ‘oude huisje’ 35 jaar lang de wadvogels en ontvingen tijdens laagwater honderden geïnteresseerde bezoekers per jaar. De nieuwe wadwachtpost is niet alleen hoger, hij staat ook 800 meter oostelijker op de plaat dan de oude. Een stuk dichter bij de vaargeul naar Schiermonnikoog en daarmee beter voor het invulling geven aan goed gastheerschap aan wadvaarders en -lopers. Ook is er nu meer rust op de belangrijke broed- en rustplekken op de Engelsmanplaat en het Rif.

Uitdagende klus De wadwachtpost is ontworpen door architect én vogelwachter Niko Hoebe en in elkaar gezet door bouwbedrijf Bruinsma. Het ontwerp is niet alleen aansprekend en opvallend, maar ook bijzonder duurzaam. De post ligt vol zonnepanelen en heeft een opvangsysteem voor regenwater. Zowel de afbraak van de oude hut als de bouw van de nieuwe wadwachtpost vonden plaats in een periode waarin doortrekkende wadvogels afwezig zijn. Het was een uitdagende klus voor aannemer Oosterhof Holman; ze konden namelijk alleen werken bij daglicht en bij laagwater. Documentairemaker Hans den Hartog, bekend van ‘De Vogelwachter’ heeft deze intensieve periode in juni-juli vastgelegd in een korte film.

Waarom is rust belangrijk? De Waddenzee is van levensbelang voor miljoenen vogels. Ze brengen er de winter door, broeden er in de zomer, of maken er een tussenstop op hun trektochten van en naar het Hoge Noorden naar Afrika. Ze moeten bijtanken en uitrusten. Doen ze dat niet, dan hebben ze niet genoeg energie om jongen groot te brengen of overleven ze lange tochten niet. Voor de broedvogels op het Rif en foerageerders op Engelsmanplaat is genoeg rust absolute noodzaak. Van april t/m september zien vrijwillige vogelwachters van Staatsbosbeheer daarop toe. Daarbuiten is het de Waddenunit die jaarrond toezicht houdt.

Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen Het project ‘Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen’ van Vogelbescherming Nederland, Staatsbosbeheer en andere natuurorganisaties is gestart om de komende jaren de omstandigheden voor broedende, rustende en foeragerende vogels in het waddengebied sterk verbeteren. Tegelijkertijd wordt het kijken naar vogels gestimuleerd. Doel is enerzijds meer rust creëren voor vogels door nieuwe broedplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen in te richten. Anderzijds wil het project bezoekers meer van wadvogels laten genieten door natuurbeleving dichterbij te brengen. De filosofie erachter is: hoe meer mensen genieten van vogels en natuur in de wadden, hoe groter de steun voor behoud en herstel. Uniek aan het plan is dat bezoekers van het waddengebied beter worden gefaciliteerd om van vogels te genieten. Onder meer door ze te verleiden ‘andere paden in te slaan’ en door bijzondere kijkplekken te creëren, waar je zonder verstoring optimaal en soms dichtbij van vogels kan genieten. ‘Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen’ is mede mogelijk gemaakt door het Waddenfonds; deze organisatie is ook voor 75% financier van het deelproject Engelsmanplaat.  De overige 25% is voor rekening provincie Fryslân en Staatsbosbeheer. De organisaties zijn de Waddenunit van EZ dankbaar voor het vele heen- en weer varen tijdens de sloop en bouw.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Profiteren van een ander

Twee weken geleden liep ik met een kameraad door het veld ergens in Overijssel. Hij wees mij op een soortgroep waar ik nog een leek ik ben, de Sprinkhanen. Moeilijke materie dacht ik altijd. Maar eigenlijk zijn Sprinkhanen weinig anders dan bijvoorbeeld vogels. Ze zijn prima te herkennen aan hun zang en de vrouwtjes zijn vaak lastiger te onderscheiden. Maar het is zeker te doen!

Maar wat mij uiteindelijk nog meer fascineerde was een dode sprinkhaan. Dood, vastgeklemd, boven in een grashalm. Niet echt een logische plek om te sterven lijkt mij. En dat gevoel klopte ook. Jos wist mij te vertellen dat dit het resultaat is van een parasitaire schimmel. Dit vroeg om wat speurwerk op Google… Het is inderdaad een schimmel dat zich weet te verspreiden via sprinkhanen. Wanneer de sprinkhaan de schimmel oploopt wordt na enige tijd het functioneren van het brein flink beïnvloed. Het dier krijgt een enorme drang om naar boven te klimmen, bijvoorbeeld in een grashalm. Wanneer een hoogte is bereikt klampt de sprinkhaan zich vast en sterft. Vervolgens knapt deze open waardoor de sporen van de schimmel zich goed kunnen verspreiden. Met deze kennis ben ik op Ameland direct het veld in gegaan op zoek naar sprinkhanen en ook hier kom ik de schimmel tegen.

Om door te gaan met de enge verhalen komen de padden er op Ameland ook niet meer ongeschonden af. Vorige week werd er een Rugstreeppad binnengebracht met kenmerken van de Paddenvlieg. De Paddenvlieg legt eitjes op de flanken van de gastheer. Wanneer de eitjes uitgekomen zijn verplaatsen de larven zich naar de neusholten van de pad. Hier wordt de pad letterlijk leven verorberd met als gevolg dat het dier sterft. Wanneer de larven volgroeid zijn verlaten ze hun gastheer en kruipen in de grond. Hier ontwikkelen ze zich weer tot vlieg en het cirkeltje is weer rond. Het geval van vorige week was de eerste gedocumenteerde waarneming op de Wadden van de Paddenvlieg. Hopelijk blijft het ook bij deze ene keer maar meldingen vernemen wij graag!

Maar heb geen angst! Deze beide parasieten zijn niet gevaarlijk voor de mens!

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Eén dag per jaar heeft Ballum een Staatsbosbeheer-straat

Gisteren in alle vroegte vertrokken vele karren met oude ambachtspullen richting Ballum. Ook Staatsbosbeheer had de auto’s vol geladen. In Ballum bouwden we de Looweg om tot de Staatsbosbeheer-straat. Op deze wijze droegen wij ons steentje bij aan de wederom goed georganiseerde Ambachtelijke Dag.

Er was voldoende reuring rondom onze kraam. Er werden weer vele houten schijven voorzien van naam, hartje of vuurtoren door Lex, Robert, Harry en Jetse. Maar ook onze collega uit Vlieland Pieter was van de partij. Als woodcarver toverde hij met zijn motorzaag uit een boomstam een heuse pinguïn, wat uiteraard veel bekijks trok.

Er was voldoende informatie te halen over onze mooie gebieden op het eiland. Naast bovengenoemde heren werd de Staatsbosbeheer-straat bemand door o.a. Tamara, Iris, Rosa, Marjan en Daan. Het was namelijk niet alleen maar passief toekijken voor de toeschouwers. De hersenen werden gekraakt met het spelletje “Wat is het?”. En je spierkracht testen kon bij het ‘Bijl hangen’. Het blijkt dat de volwassen niet zijn opgewassen tegen het kindergeweld. De beste hangers waren Jade Germeraad (6 jaar) en Bennet Felsner (9 jaar). Beiden wisten meer dan 2 minuten aan de bijl stok te blijven hangen. Voor deze prestatie krijgen ze een leuke beloning thuis gestuurd. Ook het spelletje “Wat is het?” heeft een jeugdige winnaar opgeleverd. Joost Hunse (8 jaar) is uit de bus gerold en zal een leuke verrassing ontvangen.

Wij kijken terug op een zeer gelsaagde dag en zien jullie graag terug bij de volgende Ambachtelijke Dag bij de Staatsbobeheer-straat te Ballum. Of misschien wel eerder….

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Dood doet leven

De één zijn dood is de ander zijn brood. Dit geldt al helemaal in de natuur. Zowel dode planten als dode dieren zijn essentieel voor een goed functionerend ecosysteem. Dood hout is bijvoorbeeld belangrijk voor insecten, vleermuizen en vogels. Dode dieren zijn op hun beurt weer een belangrijke voedselbron voor insecten, vogels en zoogdieren.

Een week lang stond er een wildcamera gericht op een dode reegeit. Wonderbaarlijk hoe snel een kadaver wordt opgemerkt door de aanwezige kraaienfamilie. Een vijftal kraaien hadden een feestmaal voorgeschoteld gekregen en kwamen meerdere keren per dag langs. Verder bleef het behoorlijk rustig rondom het kadaver. Geen bezoekjes van verwilderde katten, ratten of meeuwen.

Maar na een week verscheen een buizerd. Op zichzelf niet bijzonder, want dit zijn echte aaseters. Maar dit exemplaar draagt een witte kleurring. Na simpel speurwerk is de conclusie dat deze vogel geringd is nabij het Bergumermeer/Burgumermar. Hier loopt een project waar meerdere soorten roofvogels worden voorzien van kleurringen zodat deze makkelijk te herkennen zijn. Zo ook op onze wildcamera op Ameland.

Kijken naar orchideeën op Ameland

Algemeen zijn ze zeker niet, maar wie goed zoekt zal ze vinden! Op Ameland groeien ongeveer zeven soorten orchideeën. Orchideeën zijn erg kritische planten die hoge eisen stellen aan hun groeiplaats. Zuurgraad, vochtigheid en bepaalde schimmels in de bodem zijn belangrijke factoren die spelen bij het gedijen van een orchidee. De één is nog kritischer dan de ander… Als één van de factoren niet juist is kan de orchidee al verdwijnen.

De groeiplaatsen verschillen ook sterk per soort. De Kleine keverorchis groeit bijvoorbeeld midden in het bos. In mei, nog voordat de bramen en varens het licht wegnemen staat deze heuse dwerg orchis al te bloeien. Maar wie de kenmerken niet weet zal hem zeker over het hoofd zien want deze orchidee is maar een centimeter of 10 hoog!

Een soort die je nooit midden in het bos zal aantreffen is de Welriekende nachtorchis. Deze soort staat op Ameland in vochtige graslandjes. Ondanks dat deze orchidee een stuk groter is dan de Kleine keverorchis, valt de Welriekende nachtorchis ook maar weinig op. De groene bladeren vallen weg tussen de groene kruiden en grassen. Nachtvlinders hebben geen moeite met het vinden van de Welriekende nachtorchis. Want zoals de naam al zegt geeft de plant s ‘nachts een sterke geur af wat de nachtvlinders feilloos weten te vinden.

Hieronder staan de soorten orchissen van Ameland:

  • Kleine Keverorchis
  • Welriekende Nachtorchis
  • Gevlekte Orchis
  • Rietorchis
  • Moeraswespenorchis
  • Groenknolorchis
  • Vleeskleurige Orchis

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nieuwe Wadwachtpost op Engelsmanplaat

In het broedseizoen waken vrijwillige vogelwachters, per tweetal, van Staatsbosbeheer over de Engelsmanplaat; een onbewoonde zandplaat in de Waddenzee tussen Ameland en Schiermonnikoog. Hun onderkomen, de 35-jaar oude iconische vogelwachtershut op palen, is dringend aan vervanging toe. Daarnaast wil Staatsbosbeheer in het kader van het project Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen beter invulling geven aan het gastheerschap op deze plek in Werelderfgoed Waddenzee. Kortom, tijd voor een nieuwe wadwachtpost. Het ontwerp is klaar en op 1 juni begint aannemer Oosterhof- Holman met de bouw.

Artist impression gemaakt door architect Niko Hoebe

Artist impression door architect Niko Hoebe

De nieuwe wadwachtpost komt 800 meter oostelijker op de plaat dan de huidige hut, en daarmee een stuk dichter bij de vaargeul naar Schiermonnikoog. Dit is onder andere nodig vanwege de dynamiek in het gebied en voor het goed invullen van het gastheerschap voor Waddenzee-toeristen. Ook komt er meer rust op de belangrijke broed- en rustplekken op Engelsmanplaat en het nabije Rif.

Strakke planning
De nieuwe post wordt gebouwd op een ruime afstand van de broedkolonie, maar wel in een periode waarin de doortrekkende wadvogels afwezig zijn. Daarom is er een strakke planning van 4 weken en zijn er strikte gedragscodes afgesproken. Er wordt alleen gewerkt bij daglicht en bij laagwater. De Waddenunit van EZ (MS De Krukel) heeft de plannen beoordeeld en houdt toezicht tijdens opbouw en afbraak. De benodigde vergunningen in het kader van de NB-wet zijn tijdig door de provincie Fryslân verleend.

De huidige hut wordt direct na afronding van de nieuwe wadwachtpost in juli afgebroken. Boswachter Marjan Veenendaal: “We zoeken nog naar een nieuwe bestemming, en denken daarbij aan gebruik in een expositie op Ameland. Veel mensen bewaren mooie herinneringen aan hun vrijwilligerswerk op of bezoek aan Engelsmanplaat.”

Waarom is rust voor vogels belangrijk?
De Waddenzee is van levensbelang voor miljoenen vogels. Ze brengen er de winter door, broeden er in de zomer, of maken er een tussenstop op hun trektochten van het Hoge Noorden naar Afrika en vice versa. Ze moeten bijtanken en uitrusten. Doen ze dat niet, dan hebben ze niet genoeg energie om jongen groot te brengen of overleven ze de lange tochten niet. Voor de broedvogels op het Rif en foerageerders op Engelsmanplaat is genoeg rust absolute noodzaak om te overleven. Tijdens het broedseizoen zien vrijwillige vogelwachters van Staatsbosbeheer toe op die rust vanuit de vogelwachtershut,. Daarbuiten is het de Waddenunit die jaarrond toezicht houdt.

Tijdens de bouw op 9 juli.

Tijdens de bouw op 9 juli.

Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen Het project ‘Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen’ van Vogelbescherming Nederland, Staatsbosbeheer en andere natuurorganisaties is gestart om de komende jaren de omstandigheden voor broedende, rustende en foeragerende vogels in het waddengebied sterk verbeteren. Tegelijkertijd wordt het kijken naar vogels gestimuleerd. Doel is enerzijds meer rust creëren voor vogels door nieuwe broedplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen in te richten. Anderzijds wil het project bezoekers meer van wadvogels laten genieten door natuurbeleving dichterbij te brengen. De filosofie erachter is: hoe meer mensen genieten van vogels en natuur in de wadden, hoe groter de steun voor behoud en herstel.

Uniek aan het plan is dat bezoekers van het waddengebied beter worden gefaciliteerd om van vogels te genieten. Onder meer door ze te verleiden ‘andere paden in te slaan’ en door bijzondere kijkplekken te creëren, waar je zonder verstoring optimaal en soms dichtbij van vogels kan genieten. Maar ook door gratis hulpmiddelen te ontwikkelen die het vogels kijken leuker maken. Allemaal te vinden op de website www.beleefdewaddennatuur.nl.

‘Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen’ is mede mogelijk gemaakt door het Waddenfonds; deze organisatie is ook voor 75% financier van het deelproject Engelsmanplaat. De overige 25% is voor rekening provincie Fryslân en Staatsbosbeheer.